Menu

autonome kunsten
Doctoraal onderzoek
Afgerond

The International Institute for the Conservation, Archiving & Distribution of Other People's memories

  • Onderzoekers: Jasper Rigole
  • Promotoren: Hans Op De Beeck (School of Arts HoGent), Filip Geerardyn (UGent, vakgroep Psychoanalyse en Raadplegingspsychologie), Antoon Van den Braembussche (Vrije Universiteit Brussel)

2009 – 2015

Dit doctoraatsproject vertrekt van mijn multimediale project “Het Internationaal Instituut voor de Conservatie, Archivering en Verspreiding van Andermans Herinneringen” (IICAVAH). Sinds 2005 is dit het overkoepelde orgaan van mijn artistieke praktijk en hierin tracht ik de sterk met elkaar verweven noties archief en geheugen uit te diepen. Het project steunt zowel op theoretische/filosofische research als op empirisch onderzoek waarbij mijn archief van ‘andermans herinneringen’ als basis dient. Deze steeds groeiende verzameling bestaat uit gevonden egodocumenten waarvan de vindplaatsen variëren van rommelmarkten, tweedehandswinkels en verkoopzalen, tot containerparken en straten. Momenteel focus ik voornamelijk op 8mm-familiefilms maar het archief bevat eveneens een grote collectie video’s, oude foto’s, geluidstapes, persoonlijke documenten en kleine voorwerpen. Deze herinneringsdocumenten worden via foundfootage-technieken zoals ‘cut & paste’ verwerkt tot autonome kunstwerken (films, installaties en grafische werken). Hierbij worden zowel compilatie, collage en appropriatie als techniek gebruikt. Door te focussen op de subjectieve kant van zowel het produceren als het raadplegen van het geheugen, tracht ik te reflecteren over het begrip identiteit (van het individu, het collectief, de geschiedenis, het archief, ...). Door de verweesde herinneringen opnieuw te verspreiden via exposities, filmscreenings en online projecten tracht ik tevens de originele emotionele waarde van de herinneringen te herstellen. De verrichtingen van het IICAVAH zijn bijgevolg pas geslaagd wanneer vertoonde herinneringen zich bij de toeschouwer in het geheugen nestelen waardoor de aanvankelijk verweesde herinneringen nieuwe bestemmingen krijgen. Centraal in dit doctoraat staat de observatie dat er sinds de teloorgang van het modernistische vooruitgangsdenken in de 20ste eeuw1 een paradoxale wending naar het verleden en herinnering in onze westerse cultuur ontstaan is2. Enerzijds lijkt deze obsessieve drang tot herinnering gepaard te gaan met een sterke musealisering3 van het verleden. De groeiende aandacht voor cultureel erfgoed, de expansie van archieven en de oprichting van herdenkingsmonumenten zijn hier slechts enkele getuigen van. Nieuwe technologische ontwikkelingen lijken daarenboven meer dan ooit zelf-musealisatie aan te wakkeren: vandaag de dag wordt het persoonlijke leven excessief geregistreerd door foto’s en video’s en het immer uitdijende internet stelt ons in staat massaal herinneringen te delen via blogs, facebooks en (you)tubes allerhande. Anderzijds bestempelen steeds meer critici onze huidige ‘geheugencultuur’ als een cultuur van amnesie. Pierre Nora ziet hier de verschuiving van milieux de mémoire naar lieux de mémoire als oorzaak. Hiermee doelt hij op het verlies van spontaan en geleefd geheugen ten gevolge van het institutionaliseren van herinneringen. Modern geheugen is, volgens hem, bovenal archivalisch: het is afhankelijk van de materialiteit van het spoor, de directheid van de opname, de zichtbaarheid van het beeld.4 De groeiende aandacht voor geheugen en verleden gaat gepaard met de politisering hiervan en dit lijkt gestuwd door de ‘spektakelmaatschappij’ waarin de media een prominente rol spelen.5 Geschiedenis wordt tegenwoordig op een gelijkaardige manier behandeld als fictie en dit bewerkstelligt het verlies aan historisch bewustzijn. Toch zijn het net deze media – met het internet op kop – die ervoor zorgen dat steeds meer geheugen toegankelijk is. Technologische ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat kennis overal en altijd opvraagbaar is. De massale opslag van herinneringen en de eenvoudige toegankelijkheid hiervan zorgen voor een steeds parate geheugensteun. Maar, vervangen dergelijke geheugendocumenten zo niet het menselijke geheugen? En kun je zo niet stellen dat het niet zozeer de drang naar herinnering maar eerder de angst te vergeten is die heerst? Freud6 leerde ons reeds dat herinneren en vergeten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Jacques Derrida illustreerde dit samengaan met een zeer eenvoudig en concreet voorbeeld. Tijdens een lezing naar aanleiding van de waarheidscommissie in Zuid Afrika veroorzaakte hij opschudding met volgende stelling: ‘ieder archief produceert tegelijkertijd geheugen en vergeten: wanneer ik iets op een papiertje neerschrijf en dit vervolgens in mijn zak stop, dan doe ik dit enkel omdat ik het zou kunnen vergeten, wetende dat ik het later terug kan vinden zonder dat ik mij intussen hierover zorgen moet maken.’

Onderzoeksprojecten

Onderzoek gebeurt aan de school of arts in de vorm van postdoctorale onderzoeken, doctoraten, PWO-projecten en meerjarige onderzoeken. Al deze projecten worden gesteund door het onderzoeksfonds Hogeschool Gent en zijn wat inhoud betreft verdeeld over de zeven vakgroepen. Hieronder vind je een overzicht van de lopende en afgeronde projecten. Een volledig overzicht van al het onderzoek aan HoGent is te vinden in de database Pure.