animatiefilm > Info ▾
OPLEIDING IN BEELD
INFO OVER DE OPLEIDING
Toelatings- en oriënteringsproeven
Bachelor toelatingsproef
Master oriënteringsproef
Toelatings­voorwaarden
Studiefiches
Inschrijven
Financieel

animatiefilm

In 1966 stichtte de internationaal gereputeerde animatiefilmmaker Raoul Servais het traject animatiefilm. Het werd het eerste in zijn soort in Europa. Servais’ pedagogische visie was er één van een technisch goed onderbouwde opleiding waarin doorgedreven artistieke eigenzinnigheid moest kunnen floreren. Vandaag blijft deze pedagogische visie levendig. Ondertussen is animatie geëxpandeerd tot een breed werkveld dat reikt van klassieke animatie tot installaties of performance waarin animatie centraal staat.

Eigen aan de opleiding blijft het artistieke en onderzoekende uitgangspunt. De attitude van kunstenaar staat hierin centraal. Animatie wordt er niet zozeer als een technische vaardigheid aangeleerd, maar eerder als een persoonlijke manier om zich uit te drukken in het medium animatiefilm. De student krijgt tijdens de opleiding de kans om te ontdekken wat animatie is voor een eigen artistieke praktijk. Tekenen en 2D-animatie vormen nog steeds de basis voor het leren animeren. De student wordt gestimuleerd om via het medium animatiefilm op zoek te gaan naar een eigen universum, een eigen werkelijkheid.

Niet alleen animatiefilm komt aan bod in de opleiding. Interacties met andere disciplines zoals theater, performance of beeldende kunsten worden gestimuleerd.

Het studieprogramma is opgebouwd uit praktijkateliers en algemene en praktijk ondersteunende theorievakken. De artistieke praktijk staat centraal. Hierin wordt de student geconfronteerd met verschillende aspecten van animatie en animatiefilm als medium: bewegingskwaliteiten, styling, narratieve structuren en muzikaliteit. Technische kennis wordt naast een basiskennis, gaandeweg doorgegeven in functie van de persoonlijke projecten van de studenten. Elk schooljaar is opgebouwd uit een eerste semester met de nadruk op overdracht van kennis en vaardigheden en een tweede semester waarin de student de tijd en de ruimte krijgt om dit te verwerken in persoonlijke projecten.

Een vijftiental praktijkdocenten begeleiden de studenten in het bachelor- en masteratelier, elk vanuit hun specifieke artistieke visie en technische expertise. Van de student wordt naast een open leerattitude en een grenzeloze nieuwsgierigheid, een vasthoudendheid verwacht om zich in het rijke aanbod een eigen weg te banen.

In de master diepen de studenten hun artistiek onderzoek ten volle uit. Ze dragen er de verantwoordelijkheid voor hun parcours, ondersteund door twee mentoren: een praktijkmentor en een theoretische mentor voor de scriptie. De masterseminaries vormen een theoretische omkadering in de vorm van discussieplatforms met studenten uit verschillende disciplines. Binnen het atelier is er frequent overleg met de medestudenten om elkaars werkproces te volgen en te bespreken. Dit aftoetsen en voeden van de eigen praktijk gebeurt in de master in relatie tot de buitenwereld in de vorm van een stage (kunst in het werkveld).

Het masterproject die ook andere vormen dan het medium film kan aannemen, wordt door een externe jury beoordeeld.

Het werkveld van deze opleiding is breed. Alumni zijn niet alleen terug te vinden in de audiovisuele kunsten maar ook in theater, beeldende kunsten, graphic novels, sociaal artistieke projecten, deeltijds kunstonderwijs…

Docenten

Rob Breyne
Edwin Carels
Geert Clarisse
Emma De Swaef
Mario Debaene
Luc Degryse
Paul Demets

Jean-Marie Demeyer
Emmanuel Depoorter
Johan Derycke
Michel Druart
Martine Huvenne
Steffie Van Cauter
Raf Schoenmaekers

Carl Van Isacker
Geert Vergauwe
Evelyn Verschoore
Pascal Vermeersch
Peter Vermeersch
Els Viaene

Nieuwsbrief ontvangen?