mode > Info ▾
OPLEIDING IN BEELD
INFO OVER DE OPLEIDING

mode

Er is geen samenleving ter wereld noch tijd of ze kent een vorm van mode. Iedereen komt ermee in aanraking, bewust of onbewust, gewild of ongewild. Mode is een veelzijdig en beladen begrip. Het is per definitie hyper actueel en tegelijk zo oud als de geklede mens zelf. Het bestaat nooit in een vacuüm. Mode wordt verguisd als zijnde een wispeltu­rig systeem en frivool consumptiegoed, maar ook verheerlijkt als ultiem expressiemiddel. Een enge definitie of perceptie van mode als ‘kledij’ of een ‘commercieel systeem’ doet afbreuk aan de complexe dynamiek die het kenmerkt en het enorme artistieke potentieel dat erin schuilgaat. Mode is bij uitstek ambivalent en multidisciplinair. Net uit al deze spanningsvelden put ze haar unieke zeggingskracht.

Heel bewust kiest de opleiding aan KASK & Conservatorium ervoor om mode als een veelzijdige artistieke praktijk te benaderen. Doel is niet je op te leiden tot ontwerper ‘in dienst van’ een bestaand systeem, maar je uit te dagen en uit te nodigen tot het ontwikkelen van een eigen en idiosyncratische artistieke praktijk, waarbij de grenzen van het medium voortdurend verkend, bevraagd en vooral verlegd worden. Belangrijker dan het volgen van het platgetreden pad van de mode, zijn je indivi­duele participatie en een doorgedreven engagement ten opzichte van die praktijk.

De kern van de opleiding zijn de ateliers. Doorheen de bachelors onderzoek je in verschil­lende projecten je relatie tot het medium, tot de maatschappij, haar urgenties en haar uitdagingen, de brede context, het werkveld en tenslotte tot jezelf als beeldend kunstenaar. In de master smeed je dit alles tot een coherent geheel en kom je tot een eigen unieke signatuur die je toont in je masterproef.

Omdat elke kunstenaar of ontwerper ook onvermijdelijk steunt op het ambacht, krijg je in een aantal aparte vakken de fundamenten ervan aangereikt. Afhankelijk van de noden van je eigen praktijk kan je die daarna verder uitdiepen. In ver­schillende algemene en specifieke theorievakken bouw je een sterk referentiekader uit en scherp je je kritische blik aan. Via stages leer je het werkveld kennen en beslissen hoe je jezelf daarin wil positioneren.

Persoonlijk experiment, denken­-door-­doen, diepgaande research, reflectie en een continue, intensieve dialoog met de docenten vormen de basisinsteek voor de begeleiding. Daarbij is het proces minstens even belangrijk dan de output en kan dat laatste zelfs ver afwijken van het traditionele modische.

FAQ

moet je een vooropleiding mode hebben?

Nee, dat is op zich niet nodig. Iedereen die een diploma secundair onderwijs heeft en slaagt voor de toelatingsproef kan aan de opleiding beginnen. Vaak is voorkennis of een vooropleiding binnen de beeldende kunsten wel een voordeel, omdat je dan op een basis kan terugvallen. Maar veel hangt af van je eigen attitude, inzet en drive.

Moet je kunnen tekenen?

Tekenen is een belangrijk onderdeel van de opleiding. Het is een communicatie- en onderzoekstool en hoe beter je die beheerst, hoe gemakkelijker je ideeën kan ontwikkelen. Ook hier geldt dus dat een vooropleiding een voordeel kan zijn. Er zijn echter ook andere manieren dan tekenen om je ideeën te verduidelijken. Daarom zeggen we liever dat je in staat moet zijn om visueel te communiceren en een eigen beeldtaal te ontwikkelen.

Leren jullie me tekenen?

Tekenen is een belangrijke tool in de opleiding, maar we zijn geen tekenopleiding. In de lessen modetekenen 1BA krijg je een aantal basistechnieken mee, maar wordt er vooral gewerkt op het ontwikkelen van je eigen beeldtaal. De focus ligt daarbij vooral op experiment. In de lessen anatomisch tekenen verken je de bouw, vormen en beweging van het menselijk lichaam. In de lessen grafiek leer je werken met Illustrator en Photoshop en hoe die in te zetten als tool voor je eigen werk.

Moet je al kunnen naaien of patroontekenen?

Nee, dat hoeft niet. In het eerste jaar krijg je de nodige basistechnieken mee, die je in het tweede jaar verder uitdiept. In het derde jaar krijg je les in de traditionele drapage- en moulagetechniek. De technische lessen worden altijd gezien als ondersteuning voor het hoofdatelier en je zal ook deels zelf op zoek moeten gaan naar nieuwe technieken die nodig zijn voor je werk. Uiteraard kan je altijd rekenen op begeleiding van docenten. Maar, je kiest voor een ontwerprichting binnen de beeldende kunsten, geen kleermakers- of patroonopleiding.

Wat zijn mijn mogelijkheden na deze opleiding?

De modesector is breed en divers en biedt werk aan een scala aan creatieve profielen. Met een masterdiploma kan je aan de slag als ontwerper binnen een bestaande ontwerpstudio bij een modehuis, of kan je op termijn je eigen collectie uitbouwen. Vaak is je stage in het masterjaar de eerste stap naar een job. Je hoeft echter niet binnen het klassieke systeem aan de slag te gaan. De opleiding is zo opgevat dat je ook als autonoom kunstenaar een carrière kan opbouwen of bijvoorbeeld binnen de film- en theaterwereld kan werken.

Wat testen jullie in de toelatingsproef?

De toelatingsproef is grotendeels gebaseerd op de leerinhouden die je in het eerste jaar zal krijgen. We toetsen in hoeverre je beschikt over tekenvaardigheid, verbale en visuele communicatievaardigheid, 3D-inzicht en een persoonlijk referentiekader van mode en de kunsten in het algemeen. Ook rederneer- en schrijfvaardigheid komen aan bod in een korte theoretische test. Er wordt verder ook nagegaan hoe je omgaat met feedback, hoe goed je bent in oplossingsgericht denken, wat je motivatie voor de school en de studie is én je krijgt de kans om een eigen portfolio met beeldend werk voor te stellen. Een aantal opdrachten bereid je op voorhand voor. Meer info en data in de bundel online.

Hoe bereid ik me voor op de toelatingsproef?

Een aantal opdrachten voor de toelatingsproef moet je thuis voorbereiden. Doe dit grondig en denk goed na over je keuzes en antwoorden. Alle info hierover vind je in de bundel online. Verder is het belangrijk dat je een heel uitgebreid portfolio met beeldend werk meebrengt. Dat kan gaan van tekeningen over schilderijen, schetsboeken, foto’s,… Zorg dat je de originelen meebrengt en geen fotokopie of foto van het werk. Kies voornamelijk vrij werk dat je eigen stijl en inspiratie toont. Het moet zeker niet mode-gerelateerd zijn. We willen vooral zien hoe jij als beeldend kunstenaar in spe naar de wereld kijkt en die representeert. Aangezien een deel van de proef bestaat uit tekenen, kan je hier ook op oefenen, zeker als je niet vaak tekent. Volg ook de actualiteit, zowel algemeen als over de kunsten en mode-specifiek.

Wat als ik niet geslaagd ben voor de toelatingsproef?

Als je niet geslaagd bent voor de toelatingsproef zal je dit jaar helaas niet kunnen starten. Dat wil echter niet zeggen dat je je droom moet opgeven. Iedere student die niet slaagt krijgt kort feedback op zijn of haar resultaat en een advies over wat de volgende stap kan zijn. Zo helpt het vaak om eerst een voorbereidend jaar beeldende kunst te volgen aan een van de kunsthumaniora’s om zo beter beslagen op het ijs te komen.

Hoe is de opleiding opgebouwd?

Onze opleiding is een academische opleiding in de beeldende kunsten binnen de Bachelor-Masterstructuur. Ze bestaat uit 3 bachelorjaren en 1 masterjaar. Vaak splitsen studenten dat laatste jaar op in 2 aparte jaren om zich voldoende te kunnen toeleggen op hun masterproef. Het eerste bachelorjaar is een basisjaar, waarin een solide fundament opgebouwd wordt. Tijdens de volgende jaren diep je de inhouden uit en evolueer je steeds meer naar een eigen signatuur. Het eerste jaar is nog vrij gestuurd door de docenten, maar naarmate je vordert in de opleiding word je zelf steeds meer de drijvende kracht achter je werk. In de masterjaren werk je vrij autonoom en kies je zelf voor een mentor die als klankbord optreedt. Centraal in de opleiding staan de ontwerpateliers waarin je je eigen creatief werk ontwikkelt. Deze ateliers worden ondersteund door een aantal métiergerichte vakken zoals patroontekenen, technieken, materieonderzoek en tekenvakken. Je hebt daarnaast ook een aanzienlijk pakket algemene en specifieke theorie.

Wat is het verschil met andere scholen en modeopleidingen ?

Iedere school heeft een eigen pedagogisch project. Dat project kan van school tot school erg verschillen. Ook in het curriculum worden meestal andere accenten gelegd. Maar anders betekent niet ‘beter’ of ‘slechter’. Je kiest dus best voor een school die in de eerste plaats bij jouw individuele stijl en karakter past. Een school moet een veilige omgeving zijn om te kunnen leren, met vallen en opstaan. Voor iedereen ziet die omgeving er anders uit. Op KASK zijn we heel erg studentgericht. We proberen binnen het bestaande kader altijd te vertrekken vanuit de noden van de student en maximaal kansen te bieden aan ieder student om zichzelf als kunstenaar te ontdekken en een individueel groeitraject te volgen. We geloven ook sterk in interdisciplinair werken en in dialoog als onderwijsvorm.

Docenten

Sven Bellanger
Nele Bernheim
Eva Bos
Aouatif Boulaich
Hugo De Block
Filip De Baudringhien

Helena De Smet
Polona Dolzan
Filip Eyckmans
Chris Fransen
Bram Jespers
Liesbeth Louwyck

Ronny Martin
Herman Stroobants
Roy Verschuren
Catherine Willems
Marina Yee

Studiefiches
Toelatings­voorwaarden
Toelatings- en oriënterings­proeven
Inschrijven
Financieel
Nieuwsbrief ontvangen?