nlen

Over het lezen van wat zonder woorden geschreven staat

Opgegroeid tussen België en Italië draag ik twee gevoelswerelden in mij: rationaliteit en romantiek. Ze staan in mijn werk voortdurend met elkaar in spanning.

Mijn onderzoek begint telkens opnieuw in het archief van mijn grootmoeders, mijn nonna’s. Niet in een officieel archief, niet in dozen die de juiste labels dragen of zuurvrij papier, maar in kasten, kamers, schuiven, fotoalbums en tussen stoffen die al jaren wachten. Ik vertrek vanuit hun kledingkasten, hun analoge fotografische archieven en hun huiselijke omgevingen. Daar zoek ik naar iets dat mijn aandacht trekt. Iets dat mij raakt. Iets dat mij lijkt aan te kijken nog voor ik het zelf goed begrijp.

De rode draad is steeds dezelfde: het oude.

Oude spullen dragen een aura. Ze spreken zonder woorden, in vergeling, in vlekken, in scheuren, in plooilijnen. Wat voor velen misschien een levenloos consumptieobject lijkt, verschijnt voor mij als iets levends. Iets dat een verhaal draagt en dat via zijn fysieke eigenschappen probeert te fluisteren.

foto: Martha Battistella

In Archival Traces staat vooral de kleding van mijn Italiaanse grootmoeder, nonna Lena, centraal. Zij is iemand die moeilijk kan loslaten. In haar huis wordt bijna alles bewaard: kleding, stoffen, foto’s, zakken en objecten die ooit nog van pas kunnen komen. Ik noem dit koesterdrang, een verlangen om vast te houden aan wat eigenlijk al richting verdwijnen beweegt.

Die houding vormt het vertrekpunt van mijn werk. Niet vanuit nostalgie, maar vanuit aandacht. Wat gebeurt er wanneer een kledingstuk niet langer alleen gedragen wordt, maar gelezen? Wanneer een vlek, een plooi of een verkleuring niet wordt gezien als schade, maar als spoor?

Een belangrijk moment in mijn proces ontstond bijna toevallig. Ik maakte al regelmatig transferprints van beelden op textiel. Daarbij legde ik bedrukt transferpapier op stof, samen met oude kledingstukken van mijn nonna. Tijdens dat proces ontdekte ik dat niet alleen het beeld op het transferpapier zich op de stof afdrukte, maar ook de kleding zelf.

Vanaf dat moment liet ik de foto’s steeds vaker achterwege. Ik begon rechtstreeks met de kleding te drukken.

Onder de hitte van de pers laat de stof iets van zichzelf los. De oude kleding geeft kleur af, maar ook meer dan kleur. Ze laat een spoor achter. Een afdruk die niet volledig te controleren valt. Alsof iets van het kledingstuk zich losmaakt en zich opnieuw vastzet in een andere stof.

foto: Martha Battistella

Voor het mooiste resultaat druk ik op polyester. Die stof wordt een ontvanger. Ze neemt de kleurstoffen op die door de hitte opnieuw beweeglijk worden. De oude kleding functioneert bijna als levend transferpapier. Niet als drager van een afbeelding, maar als bron van overdracht.

Wat er technisch gebeurt, bevindt zich ergens tussen chemie, toeval en zorg. Veel van de kledingstukken van mijn grootmoeder komen uit de jaren veertig, vijftig, zestig en zeventig, een periode waarin synthetische vezels en mengweefsels steeds nadrukkelijker aanwezig werden. Polyester, acetaat, nylon en andere kunstmatige vezels droegen toen de belofte van moderniteit in zich. Ze waren verbonden aan vernieuwing, glans, kleur, gemak en duurzaamheid. Tegelijk werden kledingstukken nog met een heel andere aandacht behandeld dan vandaag.

Onder hoge temperatuur worden bepaalde kleurstoffen in de oude vezels opnieuw beweeglijk. Waarschijnlijk gaat het niet om pigmenten in de strikte betekenis van het woord, maar om kleurstoffen die ooit diep in de stof zijn doorgedrongen en daar door warmte opnieuw beginnen te migreren. De polyester stof die erboven ligt, neemt die kleurstoffen op. Daardoor ontstaat geen oppervlakkige afdruk, maar een materiële overdracht.

De kleding laat dus geen gewone print achter. Ze staat iets af.

Dat verklaart ook waarom ik meerdere afdrukken uit één kledingstuk kan halen. Het kledingstuk werkt als een reservoir. Niet alle kleurstof verplaatst zich in één keer. Telkens komt er een ander spoor vrij. Een volgende laag. Een lichtere echo. De herhaling put het kledingstuk niet onmiddellijk uit, maar toont hoeveel er nog in besloten ligt. Alsof de stof meer geheugen bevat dan op het eerste gezicht zichtbaar is.


foto: Martha Battistella

Dat geheugen is niet alleen chemisch. Het is ook het gevolg van zorg.

Mijn grootmoeder bewaarde haar kleding altijd met een bijna rituele aandacht. Veel stukken hingen jarenlang afzonderlijk in plastic zakken in haar kast. Niet achteloos opgepropt, niet voortdurend gewassen, niet gedachteloos gedragen en weer vervangen. Kleding ging naar de droogkuis. Vlekken werden plaatselijk behandeld, voorzichtig en met de hand. Wat vuil was, werd niet agressief uitgewassen. Wat kwetsbaar was, werd beschermd.

Die zorg heeft sporen nagelaten in de stof. Doordat de kleding niet hardnekkig werd gereinigd en niet werd uitgeput door overmatig wassen, bleven kleurstoffen, resten, vezels en oppervlakken veel sterker aanwezig. De kleuren lijken daardoor nog altijd in de kleding te zitten, niet alleen zichtbaar aan de buitenkant, maar opgeslagen in de diepte van het materiaal.

Ook het plastic speelt daarin een belangrijke rol. In het huis van mijn nonna is plastic geen achteloze verpakking, maar een vorm van bescherming. Kledingstukken hangen jarenlang afzonderlijk in doorzichtige hoezen, afgesloten van stof, licht en aanraking. Het plastic bewaart niet alleen de vorm van een jas of jurk, maar ook iets van de tijd die errond is blijven hangen.

foto: Martha Battistella

In mijn project keert die materialiteit van plastic terug als beschermlaag, als membraan tussen kleding en wereld. Het bewaart, maar sluit ook af. Net zoals de transferpers iets uit de kleding losmaakt, lijkt het plastic jarenlang iets in de kleding te hebben vastgehouden: kleur, geur, stof, herinnering.

Zo wordt de sublimatie meer dan een technische ontdekking. In de afdruk verschijnt niet alleen het dessin of de kleur van een kledingstuk, maar ook de manier waarop het geproduceerd, gedragen, onderhouden en bewaard werd. De print toont een ontmoeting tussen industriële chemie en huiselijke zorg, tussen synthetische vezel en familiaal gebaar.

In dat proces ontstaat een fragiel evenwicht tussen bewaren en aantasten. De stof gaat onder de pers, onder hoge temperatuur, maar slechts voor een bepaalde tijd. Lang genoeg om iets zichtbaar te maken. Niet zo lang dat het kledingstuk verbrandt. Elke afdruk draagt dus ook een risico in zich: iets wordt overgedragen, maar het oorspronkelijke kledingstuk verandert mee.

Wat mij hierin raakt, is dat de afdruk geen reproductie is. Ze is geen afbeelding van het kledingstuk, maar een afdruk door het kledingstuk. De print ontstaat niet uit een externe inktlaag, maar uit de stof zelf. Uit kleur die ooit gekozen, gedragen, gewassen, bewaard en vergeten werd. Uit vezels die nog iets in zich dragen.

Alsof het vacuüm van de stof zich vastzet in een nieuw oppervlak.

foto: Martha Battistella

Deze ontdekking werd steeds meer de kern van mijn bachelorproject. In Archival Traces breng ik film, textiel, transferprints, plastic, kledingstukken en de huiselijke omgeving van mijn nonna met elkaar in dialoog. De installatie toont geen archief als gesloten verzameling, maar als een levend veld van sporen. Een plaats waar kledingstukken, beelden en herinneringen elkaar blijven aanraken.

Met mijn camera keer ik telkens terug naar Vigevano, de stad in Noord Italië waar mijn Italiaanse grootmoeder woont. Naar haar huis, haar handen, haar kasten, haar bewegingen. Ik film zo weinig mogelijk geënsceneerd, vanuit een verlangen om te kijken naar wat gewoonlijk bijna onzichtbaar blijft.

Uit het beeldmateriaal dat ik de afgelopen jaren maakte, ontstond een kortfilm die het project op een zachte en poëtische manier benadert. De film speelt zich af in haar huiselijke omgeving en toont hoe mijn nonna mijn werk ontmoet. Ze bekijkt de stoffen niet als kunstobjecten op afstand, maar als iets dat haar vertrouwd is. Als kledingstukken die ooit van haar waren. Wat ze ook zijn.

Alleen zijn ze herwerkt. Overgedragen. Opnieuw verschenen via een techniek die tussen toeval, hitte, zorg en bewaren is ontstaan.

Archival Traces is voor mij een manier om te lezen wat zonder woorden geschreven staat. In stof, in kleur, in vlekken, in plastic, in aanraking. In wat bewaard bleef. In wat bijna verdwenen was.

Alsof de kleding na jaren in een kast niet alleen herinnerd wil worden, maar zelf nog iets wil zeggen.

foto: Martha Battistella

Expo Textielontwerp

Benieuwd om dit werk en dat van andere studenten textielontwerp te beleven? Kom dan op 20 en 21 juni langs op de expo textielontwerp, van 11:00 tot 18:00 in Hartetroef, Heilig-Hartplein, 9040 Gent. De opening vindt plaats op 19 juni vanaf 18:00. Iedereen welkom

 
tekst: Martha Battistella
16.06.26
 
Martha Battistella is een textielontwerpster en visual storyteller. Haar werk beweegt zich tussen herinnering en verbeelding, gevormd door een leven tussen België en Italië. Vanuit haar familiearchief zoekt ze naar oorsprong en terugkeer, als een cirkel die telkens opnieuw wordt rondgetekend.
 
Wat haar fascineert, is de vitaliteit die in oude objecten schuilt. Het ontrafelen van materialen en het zoeken naar onderliggende verhalen stuwen haar praktijk voort. Via textiel, film en analoge fotografie brengt ze drie werelden samen die telkens opnieuw in haar projecten terugkeren en een wezenlijk onderdeel van haar beeldtaal zijn geworden.