nlen

Dorien De Kesel
As close as clothes are to your body

Dorien De Kesel beschouwt kleding als iets waar je doorheen kunt kijken. Haar ontwerpen verzetten zich tegen vaste maten en tegen het idee dat kledingstukken zouden moeten bepalen wie ze mag dragen; ze laten ruimte over voor lichamen, herinneringen en levenservaringen om ze vorm te geven. Haar werk is voortgekomen uit een activistische drang om de systemen van de mode aan de kaak te stellen, maar is sindsdien rustiger en intiemer geworden. Voor Dorien is kleding een medium dat dicht bij mensen staat en een manier biedt om hen te bereiken en blijvende banden te smeden.

LOBNA MORSI
Waarom heb je besloten om mode te gaan studeren, en hoe heeft je relatie met dit medium zich ontwikkeld tijdens je studie aan KASK & Conservatorium?

Ik was nog vrij jong toen ik begon. Ik was 17 en ik wilde activist worden. Ik vond het geweldig wat mode met mensen kon doen: de manier waarop we allemaal kleding dragen en daarmee communiceren, zelfs als we denken dat kleding ons niets kan schelen. Op die leeftijd geloofde ik echt dat ik het systeem kon veranderen door middel van duurzaamheid. Ik was jong en een beetje roekeloos.

Toen ik begon met studeren, besefte ik dat je eerst het vakmanschap onder de knie moet krijgen voordat je op het systeem kunt inspelen. Op een gegeven moment ben ik een jaar gestopt omdat ik zo gefrustreerd was. Ik heb geprobeerd textiel te studeren, maar dat ging me te langzaam. Na een tijdje afstand te hebben genomen, besefte ik dat mode eigenlijk het medium was waarmee ik echt wilde werken, omdat het zo dicht bij mensen kan staan.

In het begin was ik nog behoorlijk boos en bekeken ik de dingen vanuit een activistisch perspectief. Ik maakte een collectie over het vrouw-zijn op straat en hoe mannelijkheid en de mannelijke blik op ons worden geprojecteerd. Maar ik realiseerde me dat ik te veel energie aan mezelf onttrok door altijd tegen iets te vechten. Ik ging meer naar mezelf kijken en ontdekte dat ik ook veel vreugde haal uit kleine dingen en het dagelijks leven. Het activisme werd subtieler, wat veel meer bij mij past.

foto's: Tiny Geeroms

LM
Je afstudeercollectie is ontstaan uit voorwerpen, herinneringen en kleine momentopnames uit het leven die je zijn opgevallen. Hoe zijn die tot kleding gevormd?

Mijn laatste collectie kwam voort uit voorwerpen die ik had verzameld, van tastbare dingen tot herinneringen — zoals fietsen en het zien van een boom die op een bepaalde manier bewoog. Ik fotografeerde de voorwerpen en keek naar wat mij aansprak: sommige inspireerden me door hun textuur, andere door hun vorm.

Ik denk dat veel van mijn werk voortkomt uit intuïtie. Ik doe veel onderzoek en lees veel boeken, maar daarna moet ik die kennis eerst laten bezinken en kijken wat het met me doet. Ik ben er echt van overtuigd dat het archief in mijn lichaam zit. Dan kan ik experimenteren zonder al te veel vast te houden aan het oorspronkelijke object. Het hoeft niet op het object te lijken; het moet me op de een of andere manier inspireren.

De collectie heet The soft and lovely silvers are falling from my shoulder, een zin uit een liedje van Adrianne Lenker. De titel verwijst ook naar de schouder in mijn collectie, naar zilver en naar herinneringen aan mijn overleden oom. Ik vond het mooi dat de zin zoveel kon zeggen zonder alles uit te leggen. Mensen kunnen de collectie langzaam ontdekken.

foto's: Tiny Geeroms

LM
Wat maakt een samenwerking betekenisvol voor jou

Ik maak mijn collecties nooit helemaal in mijn eentje. Ik werk samen met textielontwerpers, ambachtslieden en mensen uit andere disciplines. Ik heb ook deelgenomen aan een uitwisselingsprogramma in Japan, waar ik een ambacht heb geleerd. Ik vind het heel leuk om een proces aan te gaan waarbij ik niet precies weet wat het resultaat zal zijn.

Voor mij betekent samenwerking dat twee mensen gelijkwaardig zijn. Het is makkelijk om te zeggen dat je samenwerkt, terwijl de ene persoon in feite gewoon de andere vertelt wat hij of zij moet doen. Ik wil samen om de tafel gaan zitten en iets vinden wat we gemeen hebben, want daar kan iets nieuws ontstaan.

Dat heb ik vooral ervaren tijdens mijn samenwerking op het gebied van muziek en film in een project getiteld The End met Elias Devoldere, Wannes Verspauwen en Pol De Plecker. Elias, die de muziek maakte, is mijn neef. Ik heb zijn werk altijd bewonderd, en we wilden iets creëren dat niet simpelweg een liedje was waaraan kleding was toegevoegd. We hadden de muziek, mijn collectie en de film, en we lieten ze op elkaar reageren. Iedereen had de ruimte om te creëren. Wat ik ook leuk vond, is dat we vanuit totaal verschillende perspectieven commentaar konden geven op elkaars werk.

foto's: Tiny Geeroms

LM
Je hebt het gehad over het ontmantelen van westerse normen in de mode. Wat moet er volgens jou veranderen?

Ik denk dat de modewereld soms vastzit in het idee dat alles snel moet gaan. Iets moet nieuw zijn, dan is het alweer uit de mode, en plotseling heb je iets anders nodig. Dat passen we zelfs op onszelf toe; we hebben voortdurend het gevoel dat we onszelf moeten vernieuwen of verbeteren.

Ik vind ook dat mode meer op samenwerking moet berusten; het mag niet alleen aan ontwerpers zijn om te bepalen wat hip en trendy is. Als we echt een duurzamere mode-industrie willen, moeten we de mensen die de kleding dragen erbij betrekken. Dat is iets waar ik zelf ook mee worstel. Ik zou heel graag stukken uit mijn collectie maken die mensen kunnen kopen, maar dan moet ik nadenken over de prijsstelling. Als ik alles zelf maak en mezelf een eerlijk loon betaal, worden sommige stukken erg duur. Hoe maken we dit voor iedereen mogelijk? Ik denk dat dat een vraag is waar ik me de rest van mijn praktijk in zal moeten verdiepen.

foto's: Tiny Geeroms

LM
Wat valt je op dat er in de sector vaak over het hoofd wordt gezien?

De alledaagse dingen. Dat moest ik in mezelf activeren. Zoals fietsen en naar een boom kijken en stilstaan bij hoe mooi die beweging is, of het zien van een klein servetje dat mijn grootmoeder me had gegeven. We staan niet altijd even stil bij dit soort dingen.

Ik vind ook veel schoonheid in kleding waar je aan kunt zien hoe iemand erin heeft geleefd. Een gat kan je vertellen hoe iemand beweegt; een koffievlek kan je iets over een persoon vertellen. In plaats van deze dingen te verbergen, wil ik ze juist benadrukken.

Bijvoorbeeld: mijn oom is vorig jaar overleden en ik heb zijn legerjas gekregen. Ik heb de ruimte tussen zijn lichaam en het mijne opgemeten, en dat werd een maatstaf voor stukken in mijn collectie. Op die manier dragen de kleren iets van hem met zich mee.

Er is al zoveel kleding in de wereld. Ik wil niet zomaar nog een hemd maken, alleen maar om er een te maken. Ik wil waarde vinden in wat er al bestaat en mensen een band met de kleding geven.

foto's: Tiny Geeroms

LM
Wat is het volgende dat je zou willen onderzoeken?

Ik wil kijken of ik een aantal stukken uit mijn collectie in nog een paar maten kan maken en ze misschien dit najaar kan verkopen. Het zou een experiment zijn: lukt het me om dit qua prijsstelling rond te krijgen, en is er een groep mensen die hierin gelooft en het wil steunen?

Ik wil ook meer samenwerken met muzikanten en het theater. Mijn droom is om onder mijn merk een collectief op te zetten waar ik andere mensen – schilders, muzikanten, filmmakers – kan ondersteunen en hen een medium kan bieden om mee te werken. Ik wil dat mijn kleding niet alleen in de echte wereld bestaat, maar ook in de fantasiewereld van muziek en film.

Voorlopig wil ik ook meedoen aan een aantal tentoonstellingen, omdat ik wil dat mensen mijn kleding echt kunnen zien. Ik heb een modeshow gedaan, maar dat ging te snel. Ik zou graag een plek creëren waar mensen de tijd kunnen nemen om er echt naar te kijken. En misschien ga ik aan een nieuwe collectie werken. Ik sta ook open voor alles wat op mijn pad komt.

credits
interview: Lobna Morsi
foto's: Tiny Geeroms
Dorien De Kesel
 
Different Class en KASK & Conservatorium werken samen aan een reeks kunstenaarsportretten met een aantal interessante alumni en studenten.
lees het interview ook bij