nlen

Ferre Vankeirsbilck
Toon niet wat je kunt, maar wie je bent

foto: Ties Kalker

Het pad dat Ferre Vankeirsbilck tot master in de jazzsaxofoon zou leiden begon rond zijn achtste in een kapel. Op een loeihete julidag, in de schaduw van Herberg Macharius, vertelt hij ons hoe die zoektocht naar een eigen geluid verliep en waar ze hem voorlopig heeft gebracht.

FERRE VANKEIRSBILCK
In de kapel van de lagere school hoorde ik een saxofonist spelen, met prachtige galm. Ik besloot dus voor sax te kiezen, maar kwam bij een strenge, klassieke leerkracht terecht, bij wie ik een beetje voeling met de muziek miste. Dus suggereerde mijn moeder om de jazz-pop-rock-afdeling te proberen. Zo belandde ik bij Bruno Van der Haeghen, de eerste van drie leraars die aan KASK & Conservatorium hadden gestudeerd. In het zesde middelbaar besloot ik dan om daar zelf ook heen te gaan.

STIJN BUYST
Wanneer wist je dat jazz jouw ding was?

FV
In het vijfde middelbaar belandde ik bij Warre Van de Putte, die een heel goeie aanpak had om jazz en improvisatie aan te leren. Hij liet me bijvoorbeeld Sonny Stitts I'll Be Seeing You horen, en vervolgens maakten we we zelf een nummer, gebaseerd op die akkoordenprogressie.

SB
Ik denk altijd dat saxofoon het moeilijkst instrument is om je eigen stem op te vinden, net omdat het zo centraal staat in de jazz.

FV
Dat is voor alle blaasinstrumenten wel een ding. Maar bij saxofoon komt daar nog bij dat je zoveel verschillende dingen kan doen: andere mondstukken, rieten, instrumenten... Mijn docent Bart Defoort kwam vaak met een nieuw mondstuk aanzetten en vroeg dan wat ik het best vond klinken. Grappig, die blijvende zoektocht voor elke saxofonist...

SB
Heb jij ondertussen je geluid gevonden?

FV
De jury vond alleszins van wel. Zelf vind ik het moeilijk om te zeggen hoe ik klink. Ik luister veel naar Sonny Stitt, Cannonball Adderley en Kenny Garrett, maar ik vind niet dat mijn geluid op het hunne lijkt.

SB
Vorig jaar ging je op Erasmus naar Graz.

FV
Het beste wat mij ooit is overkomen! De focus ligt daar nog meer op heel veel spelen. Bovendien kon ik daar fluit volgen als keuzevak, wat belangrijk is als je als saxofonist in de blazersectie van een big band wil terechtkomen. Die school in Graz is enorm groot. We hadden daar twee big bands: één moderne, die dingen van Kenny Wheeler enzo speelde en dan The Stage Band – waar ik in zat – die oude dingen van Count Basie en Duke Ellington speelde. Heel leerrijk.

SB
Hoe is de scene in Graz?

FV
Ik denk dat de scene in Gent iets groter is. Wat wel cool was, is dat de coördinator van de opleiding – Sigi Feigl – zijn eigen club had, Tube’s. Geen jams, maar een echte jazzclub, mét entree en prachtige concerten van Gary Smulyan, Dick Oatts, Dena DeRose, Ilja Reijngoud... Vaak waren die concerten gekoppeld aan een masterclass op school.

SB
Wat is de belangrijkste les uit je hele opleiding?

FV
Ik heb misschien wel het meeste geleerd van spelen met de Big Band van KASK & Conservatorium. Toen we in de MIRY Dangerous Liaison speelden, Bert Joris’ compositie voor big band en klassiek orkest, mocht ik een stukje van de eerste altsax overnemen. Daarvoor mocht ik ook in een Brusselse latin-bigband al eens eerste alt spelen. Daar heb ik veel van geleerd, al ben ik nog steeds een betere tweede alt.

SB
Je afstudeerproject was geen big band maar een kwartet.

FV
Het leuke is dat je voor dat afstudeerconcert helemaal vrij bent. Zo bracht Nikolaos Tsouvalas een combinatie van balkanmuziek en jazz. Zelf wilde ik eigen composities brengen. Ik had nog nooit iets geschreven. Een keuzevak compositie bij Sam Vloemans heeft mij daarbij goed op weg gezet.

Dat kwartet samenstellen was nog wat anders. Pianist Alexis Boone en drummer Toon Putteman had ik snel gevonden. Een bassist was een ander paar mouwen, want er waren weinig bassisten op school, en door een jaar weg te zijn was ik een beetje de connectie kwijt... Tot ik op Alexander De Baedts stootte, die zes jaar geleden als gitarist afstudeerde, en nu aan zijn studies elektrische bas bezig is.

SB
Is er binnen je composities ruimte voor improvisatie?

FV
Zeker. Ik vertrok van het idee intro-thema-improvisatie. Ik ben hier in Gent veel in aanraking gekomen met vrije improvisatie en free jazz. Voor de luisteraar is dat misschien vage avantgardemuziek maar als muzikant vind ik dat misschien nog het leukste om te doen.

Bij Werkplaats Walter heb ik dit jaar deelgenomen aan een project met Myra Melford, een Amerikaanse pianiste die veel met Ingrid Laubrock gespeeld heeft. Zij is echt het puikje van de vrije improvisatie.

SB
Is zo'n afstudeerconcert geen ontzettend surrealistische situatie?

FV
Het was alleszins een stressvolle dag. Maar mijn vriendin was uit Engeland afgekomen en er waren heel veel vrienden en familie, dus dat was tof. Mijn favoriete saxofonist en externe mentor Benjamin Herman was er ook. Van hem heb ik veel opgestoken. Hij vertelde me dat ik niet als de beste moest spelen, maar gewoon als mezelf. ‘Toon niet wat je kunt, maar wie je bent’, vertelde hij me. Maar blijkbaar viel het dus mee met die stress, want mijn docent Jan Chantrain zei me achteraf dat ik speelde alsof ik tien concerten diep in een tour zat.

SB
Laatste vraag: zijn er medestudenten naar wie je opkijkt?

FV
Sowieso Nikolaos Tsouvala. Hij was altijd de betere speler van ons twee. Met de jaren heeft hij zijn muzikale terrein verlegd naar de Balkan en Griekenland. Ik vind het zo cool wat hij gedaan heeft. En waarschijnlijk is Monne Verschaeve de beste trompettist van onze leeftijd die hier in België rondloopt.

Maar ik bewonder ook veel leerkrachten. Het mooiste was dat Warre Van de Putte, die mij voorbereidde op KASK & Conservatorium, uiteindelijk in mijn jury zat. Hij is zo'n steun geweest in mijn school­carrière: dat hij in de jury zat, maakte die cirkel echt rond.

 
publicatie 10.26
tekst: Stijn Buyst
 
Voor deze Graduation-publicatie gingen afstuderende studenten in gesprek met schrijvers en elkaar. Uit deze gesprekken groeide een gevarieerde verzameling teksten. Onze studenten legden tijdens hun studiejaren een artistiek parcours af waarbij we even stil staan. Je leest over drijfveren of overwonnen hindernissen. Voor hen is dit een aanloop, geen finale.
ontdek alle afstudeerwerken