Samira Alirezabeigi
Verhalen die nog geschreven moeten worden…

In deze tekst werpt Samira Alirezabeigi een curatoriële blik op de afstudeertentoonstelling. Ze kijkt naar hoe het schrijven tot stand komt in de werken van haar afstuderende medestudenten.
Als onderzoeker neemt Samira de materialiteit van het schrijven en de technologische transformaties onder de loep en cirkelt ze rond het idee dat schrijven als artistieke praktijk niet zozeer naar voren komt als communicatiemiddel noch als louter een vorm van reflectie. Integendeel: schrijven vormt een integraal onderdeel van de artistieke praktijk in het geselecteerde werk, waardoor een andere ontologische ruimte voor het schrijven wordt geopend.
Het schrijven zelf - de materiële aard en belichaamde betekenis ervan, de technologische ontwikkeling ervan door de eeuwen heen en de betekenissen die het in zich draagt - zowel als medium als onderwerp voor artistieke praktijk, krijgt niet zo’n prominente plek in de kunstwereld. Toch is het schrijven van groot belang. Juist nu schrijven steeds meer wordt gereduceerd tot louter communicatie en instructie – taken die kunnen worden gedelegeerd aan generatieve AI en chatbots – roept wat er van het schrijven overblijft dringende vragen op om over na te denken en mee te spelen.
Tijdens de afstudeertentoonstelling was ik verrast om een reeks werken te ontdekken die vertrekken vanuit het schrijven, zowel als medium als thema. Drie projecten sprongen er voor mij uit: ik had een gesprek met Hana Hassanzadeh Kiani (grafisch ontwerp), Ulysse Potet (fotografie) en Arthur De Boever (educatieve master) om dieper in te gaan op hun praktijk. Wat ze gemeen hebben, is dat hun schrijven niet zozeer een kwestie is van literaire inspanning of van wat we doorgaans met schrijven associëren zoals ‘creatief schrijven’. In alle werken staan het schrijven zelf, de arbeid die ermee gepaard gaat, het potentieel en de materialiteit ervan centraal. Schrijven verschijnt als een ritmisch ritueel dat herhaald moet worden. Het wordt toegepast als een intieme vorm van aandachtsvorming en houdt zich bezig met generatiegebonden en belichaamde herinneringen.

De herinnering aan het schrijven
Een bewegende hand schrijft woorden op het papier en legt de dansende vorm van ‘فراموش کردن’ (Perzisch werkwoord voor vergeten) vast in een notitieboekje. Woorden verschijnen en verdwijnen als ondertitels terwijl de hand blijft herhalen en nabootsen – een gebaar dat laat zien hoe het is om nìet te vergeten. Naast het videoscherm liggen stalen, platte objecten met daarop een afdruk van een reeks gedichten, woorden en werkwoorden, stuk voor stuk erfenissen van generaties en verhalen waarmee Hana zich verbonden voelt.
In haar afstudeerwerk From alef (آ) to ye (ی)behandelt Hana het schrijven zelf als een artefact van herinnering. Het lijkt vanuit een dubbele spanning te bewegen. Enerzijds veruitwendigt ze, door zich te verdiepen in het notitieboekje van haar vader die vanuit Iran naar Nederland emigreerde, een herinnering door een fysiek spoor achter te laten in een andere ruimtetijd. Door het schrijven op papier en op metaal na te bootsen speelt ze met het idee van een blijvend oppervlak, zoals het schrijven ooit begon als inscripties in steen. Anderzijds verinnerlijkt ze, door de woorden uit het notitieboekje van haar vader over te schrijven en ze steeds opnieuw te herhalen, de gebaren van het schrijven en de herinnering die het symboliseert in het lichaam.

De arbeid van het schrijven
Drie kleurrijk ingelijste schermen tonen tekst waar de bezoeker doorheen kan scrollen. Als je dichterbij komt, zie je dat er bij elke dag van een kalendermaand een tekst hoort. In het afstudeerwerk THE BEST IS YET TO COME, legt Ulysse zijn activiteiten van een volledige maand vast in de hoop er iets productiefs van te maken. De teksten fungeren als instructies zodat ze de maand erna opnieuw uitgevoerd kunnen worden. Naast de schermen begeleiden foto’s van de nagespeelde gebeurtenissen de tekst.
Hoewel begrippen als productiviteit en arbeid centraal staan in zijn werk, is het plaatsen van tekst in het midden van de ruimte voor Ulysse ook een manier om na te denken over het imperialistische karakter van de fotografie. Ulysse zegt dat hij “door te schrijven kan traceren waar en hoe zijn aandacht wordt gevormd”, als een manier om bewuster om te gaan met zijn eigen subjectiviteit. In ons gesprek wees hij op Vilém Flussers idee van de dualiteit van de wereld: de wereld van beelden en de tekstuele wereld omarmen elk een andere vorm van bewustzijn.
Schrijven verschijnt ook in deze praktijk in een dubbele beweging. Enerzijds is het een manier om tot een artistieke aandacht te komen die ethisch aanvoelt voor de kunstenaar. Hij baseerde zich op Geoffroy De Lagasnerie om documentairefotografie te problematiseren als een onmogelijke onderneming die een gevoel van schaamte teweegbrengt. Anderzijds lijkt het schrijven Ulysse te vervreemden van de normaal eerder onbemiddelde gebeurtenissen van het dagelijks leven.

Het gemeenschappelijk maken van het schrijven
Arthur creëerde het ‘blauwe boek’ (getiteld Leven Schrijven – Living Writing) als een handleiding voor zorg. Het is niet echt een handleiding, maar meer een uitnodiging om je over te geven aan de ontdekking van een interpersoonlijke wereld van ouderen door het schrijven van persoonlijke verhalen. Met een achtergrond in illustratie koos Arthur voor het medium schrijven voor zijn afstudeerproject. “De artistieke praktijk is nauwelijks gericht op schrijven”, stelt hij, en hij vervolgt dat schrijven voor hem een manier is om tot intimiteit te komen. Zijn uitgangspunt is het verlies van zijn grootmoeder en het verlangen om haar verhalen te hebben bewaard. Vervolgens zet hij dit verlangen om in een reis naar een bejaardentehuis, waar hij samen met twee ouderen verhalen van bewoners opschrijft. Door hun verhalen op te tekenen en te schrijven brengt hij een eerbetoon aan een leven dat in een ander tijdperk is geleefd.
Arthurs werk tilt schrijven als geïsoleerde praktijk op naar iets dat de ruimte van het individu overstijgt: het gezamenlijk creëren van een wereld. Schrijven vindt pas plaats na eerdere ontmoetingen waarin vertrouwen wordt opgebouwd. “Jullie levens zijn belangrijk, dat is wat ik probeerde over te brengen door hun verhalen op te schrijven”, zei hij. Dit gaat ook over het vertrouwen in iemand hebben om de pen te zijn voor andermans verhalen. Het blauwe boek is een leidraad voor iedereen die de reis van het schrijven wil maken, om de pen te zijn voor iemands verhaal.
Al deze werken belichten de poëzie en de politiek die verbonden zijn met het schrijven, en het idee dat die verder moeten verkend en in praktijk gebracht worden. Mijn gesprek met Arthur eindigt met een gedeelde wens voor de toekomst van de kunstacademie: een wens en wellicht een noodzaak om een programma te ontwikkelen rond het schrijven als een medium van artistieke praktijk op zich, een medium dat er niet alleen ter ondersteuning van het artistieke creatieproces is, maar er juist de centrale focus van vormt, een medium dat enorme technologische transformaties ondergaat en artistieke zorg nodig heeft.
tekst: Samira Alirezabeigi















