nlen

Afstuderen in afstandsonderwijs

beeld: Bert Derudder

het verhaal van acht interieurvormgevers

Met Thomas Braem, Bert Derudder, Ine Haerick, Katrien Meersschaert, Laure Mestré, Isabelle Vanwest, Floor Veltman, Els Warlop — en Mieke Van De Woestyne (auteur).

Voor acht studenten interieurvormgeving werd de voorbije jaren niet alleen een academische uitdaging, maar ook een verrassend persoonlijke reis. Ze volgden hun opleiding in afstandsonderwijs en groeiden uit tot 'de groep van 8', of zoals ze zichzelf met een knipoog noemen: the grateful 8. Na de proclamatie spraken we hen, moe maar voldaan, het diploma in de hand. Ondanks hun uiteenlopende trajecten en eigen signatuur draait hun verhaal uiteindelijk om één ding: verbinding. Ze inspireerden elkaar, trokken elkaar vooruit en bewezen dat afstandsonderwijs allesbehalve afstandelijk hoeft te zijn.

Floor Veltman, vlasroterij

Van vlasroterij tot gastenverblijf

De vlasroterij in Kortrijk, één van de best bewaarde in de streek, vormde dit jaar het decor voor de bachelorproef binnen de focus Concept & Ruimtelijkheid. De opdracht was helder maar uitdagend: ontwerp een publieke functie die het erfgoed respecteert én de site een nieuw verhaal geeft. De markante rootkamer, met haar dwingende architectuur en ritme, stuurde de studenten opvallend in dezelfde richting: allemaal kozen ze voor een gastenverblijf. Maar hoe dat er precies moest uitzien, leidde tot drie totaal verschillende interpretaties.

Floor Veltman vond in de stilte van de roterij een natuurlijke voedingsbodem voor rust en reflectie. Ze ontwierp een plek die zich leent voor retraite en bezinning, waarbij eenvoud en puurheid centraal staan. “Het vlasverleden is inherent verbonden aan West-Vlaanderen. De roterij ademt op een bepaalde manier eenvoud, puurheid en stilte uit,” verklaart ze haar keuze voor afzondering boven ontmoeting. Die sfeer vormde voor haar de aanleiding om te kiezen voor afzondering boven drukke vormen van ontmoeting. Het leverde haar ontwerp zelfs een prijs op, uitgereikt door het Legaat De Smet.

Thomas Braem, Roterij Sabbe

Voor Bert Derudder moest de roterij niet alleen herinneren aan het verleden, maar ook toekomstgericht en commercieel haalbaar zijn. Hij bedacht een fietshotel dat inspeelt op de opmars van fietstoerisme en de connectie met het landschap. “Vlas is een materiaal dat ook in design wordt gebruikt,” zegt hij, “dus ik wilde iets maken dat naar zowel traditie als innovatie verwijst.” In zijn ontwerp vormt een grote centrale hal het kloppend hart, waar alle kamers op uitkomen en waar de fiets letterlijk centraal staat. “Een beetje zoals wanneer je gaat wandelen met de hond in een park – het gesprek kan daar draaien om de hond. Hier kon het gesprek draaien om de fiets.”

Thomas Braem nam zijn tijd om een doelpubliek te kiezen en liet zich leiden door de kracht van het bestaande gebouw. Hij integreerde een aanzienlijk deel van de roterij én de machinerie in een publieke ontmoetingsruimte, omringd door hotelkamers die zich rond het erfgoed weven. Een opvallend element in zijn ontwerp is de oude stoomketel, die jarenlang lag weg te roesten in het veld. Thomas gaf het gevaarte een nieuw leven in een lichte aanbouw, een soort serre met tussenklimaat die perfect aansluit op het jaagpad langs de Leie. “Ik wilde dat bewaren als historisch ontmoetingspunt,” vertelt hij, “zodat de historische waarde van het gebouw zichtbaar blijft, de gebruikte technieken kunnen worden getoond en wandelaars op het jaagpad vanzelf naar elkaar toe trekken.”

Een kapel als ontmoetingsplek

Binnen de focus Afwerking & Advies werkten de studenten rond de Sint-Franciscuskapel in Sleidinge. Eén basisvoorwaarde stond vast: minstens één keer per maand moest er een voedselbedeling doorgaan. Die sociale insteek lag dus al vast, maar omdat dat slechts sporadisch gebeurde, kregen de studenten de ruimte om een bijkomende functie te bedenken. Het leverde vier heel verschillende invullingen op, telkens vertrekkend vanuit de vraag hoe een kapel vandaag betekenis kan krijgen voor haar omgeving.

Laure Mestré ontwierp een duurzame, multi-inzetbare kapel. Ze bedacht een stalenbibliotheek waarin bezoekers duurzame materialen kunnen ontdekken, aangevuld met ruimte voor jonge kunstenaars, lezingen en feestjes. Daarnaast voorzag ze een compacte plek voor een ontwerpbureau dat samen met klanten door de stalenbibliotheek kan gaan. De modulaire bibliotheek maakt flexibele invullingen mogelijk. “Eigenlijk was het belangrijkste het hergebruik van materialen en tonen dat duurzaam zijn ook hip kan zijn, in een kapel,” vertelt ze. Haar ontwerp behoudt de kapel grotendeels zoals ze is, maar voegt doordachte structuren toe rond het bestaande geheel.

Omdat het gebouw op de site van een woonzorgcentrum staat, zag Ine Haerick er een uitgelezen kans in om de kapel opnieuw een plek in de buurt te geven. Ze ontwierp een laagdrempelige ontmoetingsplaats voor bewoners, passanten en bezoekers. In haar voorstel krijgt de kapel een koffiebar, een klein kapsalon en een polyvalente zaal voor buurtactiviteiten. Zo ontstaat een levendige ruimte waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, helpen en versterken.

Ine Haerinck, Kapel+

Isabelle Vanwest vertrok vanuit het voedingsaspect dat al in de opdracht zat. Ze ontwierp een sociaal restaurant gecombineerd met een markthal, waar ontmoeting rond voeding en lokale producten centraal staat. Haar invulling creëert een warme, inclusieve plek die eten en verbinden naadloos met elkaar verweeft.

Els Warlop keerde terug naar de oorspronkelijke betekenis van de kapel: een plek waar mensen terechtkunnen met hun zorgen en zich veilig voelen. Ze voorzag consultatieruimtes voor therapeuten als hoofdfunctie, naast de maandelijkse voedselbedeling. Een wachtruimte doet tegelijk dienst als ontmoetingsplek voor de buurt, waardoor zorg en gemeenschap opnieuw hand in hand gaan.

Els Warlop, De Tussenruimte

Een installatie die het plein herdenkt

Terwijl de meeste studenten werkten aan permanente herontwerpingen van bestaande gebouwen, volgde Katrien Meersschaert een uniek parcours via tijdelijke installaties. Tijdens haar stage in een kunstgalerij ontwierp ze frames om kunst tentoon te stellen, en al snel breidde haar werk zich uit van een eigen galerij tot de verbouwing van een oude schuur tot Atelier 1868.

Voor haar bachelorproef kreeg ze het Woodrow Wilsonplein in Gent toegewezen, met de opdracht een tijdelijke installatie te ontwerpen die de community versterkt. Sinds de komst van de nieuwe stadskantoren is het plein hectisch en weinig uitnodigend. Haar antwoord: Triangulum, een plek waar mensen stilstaan en elkaar ontmoeten. Drie grote driehoeken van twintig meter hoog vormen het hart van het ontwerp, elk met een eigen functie: een serre die uitkijkt over het verborgen park, een ruimte met videoschermen en hangmatten voor Belgische videokunst, en een platform met brede trappen voor lunch of uitzicht. Alle driehoeken zijn verbonden tot één samenhangend geheel, flexibel genoeg om elders geplaatst te worden.

Katrien Meersschaert, Triangulum

De kracht van ervaring en samenwerking

Wat opvalt aan de ontwerpen is de maturiteit die de studenten meebrengen. Elk project geeft een gebouw of plek niet alleen een nieuwe functie, maar ook een persoonlijke handtekening van de student, doordrenkt met ervaring en passie. Die professionaliteit werd versterkt door de onderlinge dynamiek van de groep. Vrijdagmiddagen in het atelier mondden vaak uit in momenten van samenkomen, reflecteren en elkaar motiveren. Ook de gezamenlijke P.INT-reis naar Rotterdam bracht hen dichter bij elkaar en gaf een gevoel van verbondenheid dat doorheen het hele traject voelbaar was.

Die sociale cohesie was cruciaal, benadrukt Floor: “Er waren zoveel momenten waarop je denkt: waar doe ik het voor? Dan heb je elkaar nodig, want dat maakt het reëel, steunend en waardevol. Maar niet alleen dat, ook inhoudelijk en professioneel. Als je naar elkaars jury keek, was je toch telkens zo blij verrast door het werk dat de ander neerzette, allemaal op een heel eigen manier.”

De groep creëerde een veilige bubbel, los van de drukte van het dagelijkse leven, waarin studenten steun vonden, van elkaar leerden en elkaar versterkten. Door die wederzijdse inspiratie behield ieder zijn eigen handschrift, terwijl ze tegelijkertijd konden groeien door elkaars expertise en ervaring. Het resultaat is een sterke combinatie van individuele creativiteit en collectieve kracht, zichtbaar in elk ontwerp.

Na het diploma

Na hun afstuderen gaan de acht interieurvormgevers elk hun eigen weg, maar de band blijft. Samen vormen ze nog altijd 'de groep van 8', en zien elkaar zowel professioneel als privé terug. Sommigen werken als freelancer of bij een studio, anderen combineren werk met verdere studie of zijn voltijds aan de slag. Hun projecten variëren van tijdelijke installaties tot herontwerpen van publieke ruimtes, en een aantal droomt van toekomstige samenwerkingen binnen de groep.

In een paar woorden

Als ze hun traject van de afgelopen jaren moeten samenvatten, komen uiteenlopende woorden naar boven: trots, intens, een bumpy ride, soms zelfs rock and roll. Voor de groep ging het niet alleen om individuele inspanningen, maar ook om samenwerking, inspiratie en motivatie. Ze creëerden een bubbel waarin alles buiten het atelier tijdelijk wegviel, wat intens kon zijn voor henzelf en hun omgeving. Het traject was uitdagend en veeleisend, maar ook transformerend: ze leerden relativeren, elkaars werk waarderen en zichzelf overstijgen. Wat begon als een individuele reis werd een gedeeld, hecht groepsverhaal dat hen niet alleen professioneel, maar ook persoonlijk veranderde. Bert vat het scherp samen: “Interieurvormgeving in afstandsonderwijs is 100% af te raden en 200% aan te raden.” Waarop de groep bij wijze van bewijs van het voorgaande eensgezind knikt.

 
Publicatie, 12.2025
Tekst: Mieke Van De Woestyne
 
Voor deze Graduation-publicatie gingen afstuderende studenten in gesprek met schrijvers, docenten en elkaar. De teksten zijn een greep uit de vele boeiende verhalen waaruit deze afstuderende generatie is samengesteld.