nlen
Iva Aga, Marthe Huyse

Een gezamenlijke zoektocht naar de beleving van kleding

In de modetheorie wordt het lichaam vaak behandeld als een zwijgende eindbestemming, een passieve etalagepop voor een esthetisch ontwerp. Maar wat gebeurt er als we het abstracte achter ons laten en op zoek gaan naar de frictie die het aankleden met zich meebrengt?

MARTHE HUYSE
Ik ontmoette kunstenares Iva Aga in een druk café in Brussel. Ik bracht mijn onderzoek Extending the Body en een set kaarten die ik speciaal voor onze eerste ontmoeting had gemaakt mee. Iva’s onderzoek – net als haar afstudeerwerk aan KASK & Conservatorium – richt zich op de lichamelijke en performatieve activering van kleding. Ze beschouwt kledingstukken niet als statische objecten, maar als entiteiten die pas tot leven komen door de beweging en zintuiglijke ervaring van de drager. Onze praktijken overlappen elkaar vanuit een gedeelde frustratie: het ‘hallucinante’ gebrek aan (academische) bronnen die de directe, lichamelijke ervaring van het dragen van kleding documenteren, hoe het daadwerkelijk voelt om in een kledingstuk te verblijven.

Ik nam een set van vijf fysieke kaarten mee, elk met een trefwoord dat de overlap tussen ons onderzoek weergeeft: Activation, Friction, Imprint, Extension, and Carrying. Ik wilde deze kaarten gebruiken als tactiele aanzetten, niet om mijn definities aan haar op te dringen, niet om een vraag-antwoordgesprek te voeren, maar om te zien hoe haar fysieke praktijk mijn theoretisch kader zou herschikken of misschien zelfs verwerpen.

De reactie van Iva was onmiddellijk en intuïtief. Ik vroeg haar de kaarten te rangschikken op basis van hun emotionele en fysieke weerklank. Ze voelde zich het meest aangetrokken tot Activering als uitgangspunt, vond Frictie een essentiële noodzaak voor bewustwording, en betwistte mijn gebruik van Extensie; ze gaf de voorkeur aan de term “interactie” om de dialoog tussen huid en stof te beschrijven.

Om deze gedachtewisseling vast te leggen, verplaatsten we ons de week erna van het café naar een gedeeld digitaal document. In de stilte van een videogesprek, begeleid door alleen het ritmische getik van onze toetsen, voerden we een reeks schrijfexperimenten uit die bedoeld waren om de ruimte tussen onze praktijken te overbruggen. We interviewden elkaar niet opnieuw; we lieten onze stemmen – de mijne historisch en maatschappelijk, die van Iva fysiek en zintuiglijk – botsen en versmelten. Eerst door een viscerale ‘COLLISION’ en vervolgens door ‘A SHARED VOCABULARY’.

OEFENING ÉÉN: COLLISION

Tijdens onze eerste ontmoeting spraken we over alledaagse handelingen bij het aankleden die een verborgen betekenis dragen. Voor onze schrijfsessie selecteerde ik twee van deze handelingen als gemeenschappelijk uitgangspunt voor onze ‘botsing’: het mechanisch sluiten van een rits en het ceremoniële opzetten van een hoed. We schreven parallel aan elkaar en observeerden hoe dezelfde beweging tot zeer uiteenlopende reflecties leidt.

De handeling van het dichtdoen van een rits.

Een rits dichtdoen is ‘je aankleden’. Als we de rits zien als een liminale ruimte (de letterlijke grens tussen de huid en de wereld), dan is het dichtdoen ervan het meest eerlijke moment van de dag. Het is het moment waarop we beslissen hoeveel van onszelf we bereid zijn ‘vast te zetten’ om door anderen begrepen te worden. Als queer-theoriefreak beschouw ik de rits als een instrument van zowel pantsering als zeggenschap. Het dwingt de ‘pasvorm’ van gendergerelateerde kleding af, waardoor de drager wordt opgesloten in een sociaal goedgekeurde vorm. 

De handeling van het dichtdoen van een rits.

Dichtdoen. Dicht. Snel. Je zou denken dat het de snelste manier is om een broek aan te trekken of een jas dicht te doen. Maar ik kan ervoor kiezen om de tijd te nemen. Ik kan ervoor kiezen om de koude metalen schuiver zo lang als ik wil tussen mijn vingers te houden. Soms, als je ’s ochtends je huis verlaat en het is koud en ijzig, gaat je hart sneller kloppen en begin je luider te ademen omdat je de pin maar niet in het gaatje aan het uiteinde van de rits lijkt te krijgen. Is het verkeerd om te zeggen dat ik uitkijk naar en stiekem geniet van de schok die je krijgt als een rits vast komt te zitten in je haar of huid? Nee, dat is het niet.

De handeling van het op- en afzetten van een hoed

Historisch gezien was de hoed het ultieme teken van ‘fatsoen’. Als non-binaire hoedenmaker is het dragen van een traditionele herenhoed een daad van het terugwinnen van het leesbare zelf. Het maakt mijn identiteit leesbaar. Dit zelfbeschikkingsvermogen staat in contrast met de patriarchale geschiedenis van het object. Waar mannen binnenshuis hun hoed afnamen als teken van respect, werden vrouwen letterlijk vastgepind, gemarkeerd als versiering. Een hoed afnemen is het blootleggen van de rommelige realiteit van het hoofd, het zweet, het ongestylde haar, een gedwongen ontmaskering. Wanneer regels het afnemen vereisen, eisen ze vaak het uitwissen van een zorgvuldig geconstrueerde identiteit, waardoor de drager wordt gereduceerd tot slechts een lichaam, ontdaan van zijn gekozen pantser.

De handeling van het op- en afzetten van een hoed

Eerlijk gezegd zet ik niet vaak een hoed op. Mijn krullende, kroezige haar piept onder elke hoed vandaan. Maar eigenlijk is het jammer, ook hier verblind en geblokkeerd door het visuele resultaat. De handeling van het optillen van een hoed, stevig vastgehouden met beide handen, met beide armen boven je hoofd reiken en dan de hoed perfect loodrecht op je hoofd laten vallen, is eigenaardig. Het is alsof je jezelf een schouderklopje geeft. Het is zo fijn om af en toe wat gewicht op je hoofd te laten rusten. Het kalmeert en brengt me tot stilte. Het is als een knuffel voor de hersenen. Door een hoed te dragen kun je even stoppen met denken. Persoonlijk vind ik dat je even mag stoppen met denken als je een hoed draagt. De volgende keer sta ik mezelf dat toe.

OEFENING TWEE: EEN GEDEELD WOORDENBOEK


Vanuit deze specifieke, fysieke botsingen beseften we dat ons gedeelde woordenboek een plek nodig had om te landen. De kaarten die ik naar het café had meegenomen, met mijn eigen theoretische interpretaties van Iva’s praktijk, dienden als ons eerste anker. Maar door de dialoog werd duidelijk dat deze termen niet alleen mijn ‘theorieën’ konden blijven; ze moesten worden beleefd.

Om ervoor te zorgen dat deze tekst niet alleen mijn ‘gok’ over haar onderzoek zou zijn, besloten we ze samen te herschrijven. We wilden ze niet definiëren zoals ze in een woordenboek staan, maar zoals ze bestaan op het moment van ‘aankleden’. Wat volgt is onze eerste poging om handelingen in kaart te brengen die een brug slaan tussen ons onderzoek.


ACTIVATION is niet alleen het aantrekken van een kledingstuk; het is het moment waarop…

mensen met hun handen grondstoffen bewerken, ze verwerken tot grotere beweegbare oppervlakken, strijken, tekenen, in verschillende vormen knippen. Die oppervlakken naaien, knopen, omwikkelen (van ‘stof’, maar… we weten dat er meer is)... en er ontstaan altijd driedimensionale vormen in relatie tot het lichaam. Het is het moment in de ochtend. Ik kijk de kledingstukken in mijn kast recht in de ogen. Ik laat mijn hand door de kleding glijden, maak contact met verschillende materialen en texturen. Probeer te voelen aan welk stuk ik mijn lichaam vandaag wil toevertrouwen. Natuurlijk is activering praktisch en effectief op momenten van beweging. Dragen is een totaalproces; aankleden, bewegen en uitkleden kunnen niet los van elkaar bestaan; ze zijn onderling afhankelijk.

FRICTION is noodzakelijk, want zonder weerstand wordt het lichaam…

een echo van het kledingstuk in plaats van de drager ervan. In de spanning van een naad of de beperking van een kraag, het hoog uitgesneden armsgat dat een gebaar beperkt, de strakke taille die de adem onderdrukt; de onzichtbare muren van het fatsoen worden fysiek. Wrijving tijdens het aankleden is de tastbare herinnering dat je autonomie precies begint waar de sociale verwachtingen je beginnen te beklemmen. De drager is niet langer louter ‘aangekleed’, maar onderhandelt actief over zijn of haar bestaan tegen het gewicht van de norm in.

CARRYING is het emotionele gewicht van de geschiedenis, maar op fysiek niveau voelt het als…

de overgang van degene die gedragen wordt (kind) naar degene die draagt (volwassene). In onze dialoog keken we naar de echo’s van de kindertijd – de passiviteit van door een ander aangekleed worden – en de uiteindelijke verschuiving naar jezelf aankleden. Zoals Sara Ahmed schrijft in The Killjoy Manifesto: “We beginnen het gewicht van de geschiedenis steeds meer te voelen; hoe meer we het gewicht van de geschiedenis blootleggen, hoe zwaarder het wordt.” Fysiek gezien is dragen het voelen hoe een kledingstuk de rug ondersteunt en tegelijkertijd fungeert als een drager van een menselijk archief. Het is het gewicht van waar we vandaan komen, gedragen door het weefsel van wie we aan het worden zijn.

EXTENSION wordt vaak gezien als eenrichtingsverkeer, maar wij vinden dat het in feite een interactie is waarbij…

we de wereld tot stand brengen waar we naar streven. Door onszelf niet langer te zien als ‘gebrekkige wezens’, overstijgen we traditionele dichotomieën en omarmen we onze status als prothetische wezens.

Hier zijn ‘body extensions’ niet langer louter hulpmiddelen; in plaats daarvan wordt het lichaam zelf een instrument voor transformatie. Dit is waar het kledingstuk terugpraat. Het is een politiek van beweging waarbij het dragen een manifest in beweging wordt – een proces van het deconstrueren van onze percepties en het ontrafelen van onszelf uit destructieve dynamieken. Onze verlengde lichamen zijn niet alleen gekleed; ze zijn archieven van rebellie, die elke ruimte waarin ze zich bevinden (her)vormen.

IMPRINT is het einde van de keten; het is de geest van de handeling die achterblijft in de…

vezels lang nadat het lichaam is vertrokken. Het is de fysieke herinnering aan de dag. De plooi in een elleboog, de geur die gevangen zit in een weefsel, de subtiele rek van een knie. Als activering het begin is van het leven van een kledingstuk, dan is de afdruk het bewijs dat er daadwerkelijk een lichaam was. Het is het archief van een beleefde ervaring, dat bewijst dat het lichaam en de jurk elkaar eindelijk, onherroepelijk, hebben ontmoet. Het is de stille getuigenis van een lichaam dat weigerde slechts een etalagepop te zijn.

Iva Aga is een interdisciplinaire kunstenaar en onderzoeker die afstudeerde aan KASK & Conservatorium in textielontwerp (2024). Haar onderzoeksproject “Workshop on Dress” verkent de rol van het lichaam bij het maken en dragen van kleding en onderzoekt hoe kleding en beweging de menselijke ervaring vormgeven.

Marthe Huyse is een transdisciplinaire kunstenaar, grafisch ontwerper en redacteur, gevestigd in Gent. Hun praktijk omvat uitgeven, performance en beeldende kunst, met een focus op lichaamsrepresentatie en identiteit. Marthe is actief in het Belgische collectief Shif—t* en rondt momenteel een opleiding hoedenontwerp af.

 
publicatie 04.26
tekst: Marthe Huyse & Iva Aga